De onderstaande tabel toont de totale productie van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) in 2025 voor de gemeente Gouda. Ter vergelijking zijn ook de cijfers uit 2024 opgenomen.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal aanslagregels belastingjaar | 195.333 | 193.050 | ||||||
Aantal aanslagregels 2 voorliggende belastingjaren | 3.221 | 7.407 | ||||||
|
|
| ||||||
Bruto opgelegd | 63.459 | 61.792 | ||||||
Correcties | -1.462 | -1.767 | ||||||
Kortingen (afvalstoffenheffing diftar) | -11 | -13 | ||||||
Kwijtscheldingen (inclusief voorgaande belastingjaren) | -1.909 | -1.831 | ||||||
Netto | 60.077 | 58.181 | ||||||
De bedragen in de bovenstaande tabel omvatten niet alleen de opbrengsten uit 2025 maar ook betalingen die betrekking hebben op eerdere belastingjaren. Van het totale nettobedrag van € 60.077.000 heeft € 2.328.000 betrekking op belastingjaren van vóór 2025. Dit laat zien dat een deel van de inkomsten voortkomt uit achterstallige betalingen en invorderingen van voorgaande jaren.
Eigenaren en/of gebruikers van woningen, bedrijfspanden en grond betalen onroerende zaakbelasting (OZB). De opbrengsten hiervan gaan naar de algemene middelen van de gemeente.
De hoogte van de OZB wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde van een pand of perceel. Voor 2025 is uitgegaan van een gemiddelde stijging van 4,7% van de WOZ-waarde van woningen en een gemiddelde daling van 0,1% van niet-woningen (waardepeildatum 1 januari 2024). Uitgaande van het inflatiepercentage en rekening houdend met de waardeontwikkeling, heeft dit geleid tot een aanpassing van de tarieven.
De opbrengst uit OZB voor woningen is 0,9% (€ 101.000) hoger dan begroot. Dit komt doordat de gemiddelde waardestijging van woningen uiteindelijk iets hoger was dan waar bij het vaststellen van de tarieven vanuit is gegaan.
De OZB-opbrengst uit het eigendom van niet-woningen is 1,2% (€ 71.000) lager dan geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de prognose nog op te leggen aanslagen 2024 hoger is ingeschat dan dat er in 2025 uiteindelijk is opgelegd en er hebben nog verminderingen over oude jaren plaatsgevonden.
De OZB-opbrengst uit het gebruik van niet-woningen is 0,3% (€ 12.000) lager dan begroot en komt daarmee nagenoeg overeen met het begrote bedrag.
Reinigingsheffingen
Huishoudens betalen afvalstoffenheffing om de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te bekostigen. Het tarief bestaat uit een vast bedrag en een variabel deel, afhankelijk van hoe vaak restafval wordt aangeboden in het voorgaande jaar.
Bij de vaststelling van het tarief is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De opbrengst van de afvalstoffenheffing in 2025 is 0,7% (€ 107.000) hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat er uiteindelijk meer huishoudens in de heffing zijn betrokken dan waar in de berekening van het tarief vanuit is gegaan.
Rioolheffingen
Huishoudens en bedrijven die direct of indirect water afvoeren op de gemeentelijke riolering betalen rioolheffing. Dit is een bestemmingsheffing. Dat betekent dat de opbrengsten uitsluitend worden gebruikt voor de kosten die samenhangen met de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Deze zorgplicht omvat de afvoer en verwerking van afvalwater, het reguleren van regenwaterafvoer en het beheer van het grondwaterpeil. De rioolheffing zorgt er daarmee voor dat het rioolstelsel goed functioneert en dat wateroverlast en verontreiniging worden voorkomen.
De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma (WRP), met als uitgangspunt een kostendekkende heffing. Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld op basis van de meest actuele baten en lasten in de begroting. De gemeenteraad heeft de voorgestelde tarieven goedgekeurd. De uiteindelijke opbrengst uit de rioolheffing kwam € 182.000 (0,9%) lager uit dan begroot.
Marktgelden
Marktkooplieden betalen marktgeld als vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond en voor het dagelijks toezicht en schoonhouden van het marktterrein. In 2025 lag de opbrengst € 2.000 (1,4%) hoger dan begroot. Dit wordt met name verklaard doordat er in 2025 nog enkele aanslagen voor 2024 zijn opgelegd.
Toeristenbelasting
Toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen van bezoekers die niet in Gouda wonen. Hotels, bed & breakfasts en andere overnachtingslocaties dragen deze belasting af. Sinds 2022 geldt in Gouda een registratieplicht voor toeristische verhuur van woningen. Dit helpt de gemeente om beter zicht te krijgen op verhuur via platforms zoals Airbnb, om de druk op de woningmarkt te bewaken en om toeristenbelasting correct te innen. In 2025 leverde de toeristenbelasting € 24.000 minder op dan begroot. Dit komt met name doordat de definitieve aanslag toeristenbelasting 2024, die eind maart 2025 is opgelegd, leidde tot een vermindering van € 20.000. Het daadwerkelijke aantal overnachtingen dat wordt gebruikt voor de definitieve aanslag toeristenbelasting 2024 was namelijk lager dan het aantal overnachtingen waar bij de voorlopige aanslag 2024 van was uitgegaan.
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven op het gebruik van openbare grond door bedrijven of particulieren, bijvoorbeeld voor bouwmaterialen, terrassen en uitstallingen. In 2025 was de opbrengst € 28.000 hoger dan begroot. Dit is vooral veroorzaakt door een stijging van precario-inkomsten voor bouwplaatsen en terrassen.
Hondenbelasting
Hondenbezitters betalen hondenbelasting. De opbrengst hiervan was in 2025 € 26.000 lager dan begroot. Dit komt met name doordat het aantal honden in de gemeente afneemt na een toename gedurende de Covid-periode. De begroting wordt hierop aangepast.
Havengelden
Havengelden worden geheven voor het aanleggen of verblijven van vaartuigen in gemeentewater. De hoogte van het bedrag hangt af van de duur van het verblijf en de lengte van het vaartuig. De opbrengst van de havengelden in 2025 ligt € 2.000 lager dan begroot.
Staangelden
Staangeld is een heffing voor bewoners van woonwagens voor het gebruik van een standplaats. In 2025 lag de opbrengst € 36.000 lager dan begroot. De inkomsten uit staangelden blijven al jaren stabiel. De begroting wordt hierop aangepast.
Leges
Leges zijn vergoedingen voor gemeentelijke diensten zoals paspoorten, rijbewijzen en bouwvergunningen. De opbrengst uit leges voor burgerzaken was € 11.000 (0,6%) hoger dan verwacht. Dit komt doordat er meer reisdocumenten zijn aangevraagd en huwelijken zijn afgesloten dan vooraf ingeschat. Daarentegen zijn er weer minder rijbewijzen aangevraagd dan vooraf ingeschat. Maar al met al zijn de opbrengsten leges burgerzaken iets hoger.
Bij de bouwleges is de opbrengst € 80.000 (2,3%) hoger dan begroot. De begroting is bij de 2e bestuursrapportage bijgesteld op basis van de inzichten per eind juli 2025. Uiteindelijk zijn de baten bouwleges hoger uitgevallen dan waar bij de 2e bestuursrapportage van was uitgegaan.
Parkeerbelastingen
In 2025 was de parkeeropbrengst € 669.000 (9,1%) hoger dan begroot. Hoewel de begroting halverwege het jaar werd bijgesteld, vielen de uiteindelijke inkomsten toch hoger uit. Dit kwam vooral door extra opbrengsten uit straat- en terreinparkeren. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de tijdelijke sluiting Stationsgarage en de daarmee samenhangende zoektocht naar vervangende parkeerplekken. Daarnaast zijn de inkomsten naheffingsaanslagen hoger doordat het aantal naheffingsaanslagen hoger is dan voorzien.
Kwijtschelding
In Gouda kunnen inwoners met een laag inkomen kwijtschelding krijgen voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De norm voor kwijtschelding is 100% van de bijstandsnorm, het wettelijk maximum. Voor het variabele deel van de afvalstoffenheffing kan maximaal € 75 worden kwijtgescholden.
In 2025 werd in totaal € 1.910.000 kwijtgescholden, € 62.000 minder dan begroot. Hiervan had € 1.863.000 betrekking op het belastingjaar 2025 en € 47.000 op voorgaande jaren. De afgelopen drie jaar lag de kwijtschelding tussen de € 1,62 miljoen en € 1,83 miljoen per jaar.
Het onderstaande overzicht toont alle kwijtscheldingsverzoeken die in 2025 zijn ingediend en (waar mogelijk) al zijn afgehandeld.
Omschrijving | Aantal 2025 | Bedrag 2025 | Aantal 2024 | Bedrag 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen | 2.850 | 1.909 | 2.945 | 1.831 | ||||
Afgewezen | 630 | - | 591 | - | ||||
In behandeling | 32 | - | 33 | - | ||||
Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken | 3.512 | 1.909 | 3.569 | 1.831 | ||||
Op 1 januari 2025 stonden bij de BSGR nog 284 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen open. Gedurende het jaar kwamen daar 1.553 nieuwe bezwaarschriften bij. Aan het eind van 2025 waren er nog 10 bezwaren in behandeling.
Na een explosieve toename van bezwaren in 2023 loopt het totaal aantal ingediende bezwaren de laatste jaren terug. Doordat het aantal nu beter beheersbaar is, zijn nagenoeg alle bezwaren gedurende het jaar afgedaan. Het aandeel van de bezwaren ingediend door gemachtigden, waaronder No Cure No Pay-bureaus (NCNP), is na een lichte daling van 57% naar 54% in 2024 weer iets gestegen naar bijna 58% in 2025. Overigens is recent bekend geworden dat meerdere NCNP-bureaus zich vanaf belastingjaar 2026 terug zullen (gaan) trekken uit het bezwaartraject. In voorkomende gevallen zullen zij zich specifiek gaan richten op de beroepsprocedures. Het feit dat NCNP-bureaus gaan stoppen met het indienen van bezwaren wil overigens niet zeggen dat het aantal bezwaren voor belastingjaren 2026 evenredig minder zal worden. De vraag is waar deze bezwaren gaan landen.