Grondslagen voor waardering, resultaatbepaling en rechtmatigheidsverantwoording

Waarderingsgrondslagen

Algemeen

De gemeente past de waarderings- en afschrijvingsregels toe zoals vastgelegd in de door de raad vastgestelde Nota Waardering en Afschrijving Vaste Activa (vastgesteld 11 december 2024) en de Nota Reserves en voorzieningen (13 december 2023). In aanvulling daarop gelden de wettelijke voorschriften uit het BBV. De belangrijkste grondslagen zijn hieronder samengevat:

  • Nota Reserves en voorzieningen (13 december 2023);

  • Nota Waardering en Afschrijving Vaste Activa 2025 (11 december 2024).

Op basis van de hiervoor genoemde regelingen alsmede het BBV zijn de volgende uitgangspunten gebruikt:

  • Alle verkregen activa worden geactiveerd. Voor zover niet anders vermeld, zijn activa en passiva gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

  • Met ingang van 2025 wordt geen rente aan een actief toegerekend (behalve voor de grondexploitaties).

  • Afschrijving van activa vindt plaats op basis van de lineaire methode, tenzij de raad anders (heeft) bepaald.

  • De restwaarde van activa wordt in principe op 0 (nul) gesteld, tenzij de raad anders (heeft) bepaald.

  • De rentetoerekening en afschrijving op de nieuwe investeringen vinden pas plaats in het eerste jaar na de afronding van de investering en de ingebruikname van het goed.

  • Reserves en voorzieningen worden niet meer ingezet ter dekking van de kapitaallasten van de investeringen.

  • Investeringen waartoe op grond van eerdere CIP's is besloten, maar die nog niet zijn gestart of zijn afgerond, behoren tot het onderhanden werk. Bij jaareinde worden deze kosten geactiveerd. De waardering geschiedt tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van bijdragen en subsidies (netto waardering) verminderd met afschrijvingen.

De bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd voor het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingsduur is maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd en verantwoord conform het BBV, de door de raad vastgestelde Nota Waardering en Afschrijving Vaste Activa 2025 en artikel 14 van de Financiële verordening 2024.

Indeling

Materiële vaste activa worden onderscheiden in drie categorieën (BBV art. 33–35):

  1. Investeringen met economisch nut.

  2. Investeringen met economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven (o.a. riool en afval).

  3. Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.

Alle investeringen met maatschappelijk nut worden BBV‑verplicht geactiveerd.

Waardering

Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings‑ of vervaardigingsprijs, bestaande uit:

  • de inkoopprijs;

  • direct toerekenbare kosten;

  • bij vervaardiging: direct toe te rekenen uren en overige directe kosten;

  • overhead conform de gemeentelijke toerekeningsmethodiek (Nota WAVA).

Bijdragen van derden worden verplicht in mindering gebracht op de investering (netto‑activeren), conform BBV‑regelgeving.

Activeringsgrens

Investeringen worden geactiveerd indien zij voldoen aan beide criteria die zijn vastgelegd in de Nota WAVA:

  • minimale aanschaf- of vervaardigingswaarde: € 50.000, én

  • minimale economische of technische levensduur: 3 jaar.

    Uitgaven die niet aan deze criteria voldoen, worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Afschrijving

Afschrijving vindt plaats op basis van de verwachte gebruiksduur van het actief. Hierbij geldt:

  • lineaire afschrijving is de standaardmethode;

  • annuïtaire afschrijving wordt toegepast bij investeringen waarvan kapitaallasten worden gedekt door structurele opbrengsten (zoals sommige gebouwen/woonruimten);

  • afschrijving start in het jaar ná ingebruikname;

  • de restwaarde is nihil, tenzij de Nota WAVA anders bepaalt;

  • op gronden wordt niet afgeschreven, met uitzondering van gronden onder wegen.

De afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in bijlage 1 van de Nota WAVA.

Duurzame waardevermindering

Indien sprake is van een duurzame waardevermindering wordt het actief afgewaardeerd tot de lagere bedrijfswaarde, conform BBV‑artikelen 64–65 en de Nota WAVA.

Erfpacht

In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Bij eeuwigdurende erfpacht wordt de uitgifteprijs gehanteerd als basis voor waardering (jaarrekening systematiek).

Financiële vaste activa

De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs, bestaande uit de inkoopprijs en de direct toerekenbare bijkomende kosten. De boekwaarde wordt verminderd met aflossingen, eventuele afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar verwerkt, conform de BBV‑voorschriften.

Indien prake is van een reëel risico op oninbaarheid, wordt een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht op de boekwaarde.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Wanneer de marktwaarde duurzaam lager is dan de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering plaats tot deze lagere waarde.

Voorraden

Bouwgronden in exploitatie worden gewaardeerd tegen de tot dat moment gemaakte kosten, inclusief de bijgeschreven rente, verminderd met de opbrengsten uit gerealiseerde grondverkopen. In de grondexploitatie worden naast de gerealiseerde kosten en opbrengsten ook de verwachte toekomstige opbrengsten en kosten meegenomen. De grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd. Winstneming vindt plaats naar rato van de voortgang van de exploitatie.

Indien sprake is van een verwacht verlies, wordt hiervoor een voorziening op eindwaarde gevormd die in mindering wordt gebracht op de bijbehorende balanspost.

Gereed product en handelsgoederen (met name de verkoopartikelen van de VVV) worden gewaardeerd tegen de inkoopprijs.

Liquide middelen

Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Waar nodig wordt een voorziening voor oninbaarheid in mindering gebracht op de boekwaarde, op basis van het ingeschatte risico dat (een deel van) de vordering niet zal worden geïncasseerd.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves.

Volgens het BBV zijn reserves vermogensbestanddelen die tot het eigen vermogen behoren en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij besteedbaar zijn. De gemeenteraad bepaalt de noodzakelijke omvang van de reserves en stelt vast of een reserve een specifieke bestemming krijgt. Een reserve waaraan de raad een specifieke bestemming heeft toegekend, wordt aangemerkt als een bestemmingsreserve. Deze kan niet negatief zijn per ultimo van het verslagjaar. Reserves zonder specifieke bestemming vormen gezamenlijk de algemene reserve.

Mutaties in reserves kunnen uitsluitend plaatsvinden op basis van een raadsbesluit dat is genomen vóór het einde van het begrotingsjaar.

Alle reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, conform de Nota Reserves en voorzieningen 2023.

Uitzondering hierop is de voorziening voor wethouderspensioenen, die op grond van de Appa-regelgeving tegen contante waarde wordt gewaardeerd.

Indien aanvullende BBV‑voorschriften dit vereisen, wordt bij andere voorzieningen eveneens tegen contante waarde gewaardeerd. Maar de gemeente Gouda kent geen extra lokale uitzonderingen buiten de voorziening voor wethouderspensioenen.

Langlopende schulden

Onder langlopende schulden zijn begrepen schulden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Kortlopende schulden en overlopende passiva

Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.