Weerstandscapaciteit

Weerstandscapaciteit is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. De weerstandscapaciteit wordt uitgedrukt in een weerstandsratio.

Weerstandsratio = beschikbaar weerstandsvermogen : benodigd weerstandsvermogen

Beschikbaar weerstandsvermogen

Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de Algemene reserve en van het rekeningresultaat, voor zover dit wordt toegevoegd aan de Algemene reserve.1

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare weerstandsvermogen in 2024 en 2025 weergegeven.

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2025

2024

Algemene reserve (31/12)

33.129

27.934

Subtotaal voor resultaatbestemming

33.129

27.934

Resultaatbestemming AR

15.371

12.146

Beschikbaar weerstandsvermogen (31/12)

48.501

40.080

De startpositie per 1 januari 2025 correspondeert met de jaarstukken 2024, na verwerking van de voorgestelde besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat 2024. Dit besluit voor 2025 wordt pas definitief genomen bij de vaststelling van het rekeningresultaat 2025, en kan wijzigen als de raad anders besluit. Het beschikbaar weerstandsvermogen bedraagt € 48.501.000 ultimo 2025.

Benodigd weerstandsvermogen

Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO-methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie.

In onderstaande tabel wordt de top-10 risico’s met de grootste financiële impact toegelicht. Het totaaloverzicht is te vinden in de bijlage.

Naam

Omschrijving

Risico-gebied

Kansper-centage

Maximaal (*€1.000)

Top 10 risico´s

Open einde regeling Jeugd

De Jeugdwet is een open-einde regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het lopende jaar - in dit geval 2025 - niet toereikend is. Als mitigerende maatregel voor het beheersbaar houden van de kosten voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de WMO is het maatregelenpakket van Berenschot in gang gezet. Voorzichtigheidshalve moet desalniettemin rekening worden gehouden met het risico dat de realisatie van de reeds ingeboekte besparingen die uit het maatregelenpakket voortvloeien een ander tempo kent, dan wel mogelijk tegen valt.

Jeugdzorg

70%

€ 4.000

Open einde regeling Participatiewet (BUIG-budget)

De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het betalen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en Loonkostensubsidies. Het BUIG-budget betreft twee deelbudgetten met een verschillende financieringssystematiek; beide zijn open einde regelingen.

Financieel risico deelbudget bijstandsuitkeringen
Het macrobudget voor de bijstandsuitkeringen wordt onder gemeenten verdeeld op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel. Jaarlijks wordt het verdeelmodel aangepast (beperkte aanpassing van de variabelen en actualisatie van de data) en wordt het budgetaandeel per gemeente opnieuw bepaald. De omvang van het macrobudget verandert gedurende het jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van het landelijk aantal bijstandsuitkeringen, de werkloosheid, de conjunctuur, beleidseffecten van het Rijk en loon- en prijsbijstellingen. Er zijn drie momenten waarop het deelbudget voor gemeenten wordt vastgesteld door het Rijk: voorlopig (in september jaar t-1, tevens vaststelling budgetaandeel voor dat jaar), nader voorlopig (in mei in lopende jaar) en definitief (eind september in lopende jaar).
Afhankelijk van de ontwikkeling van het budgetaandeel, het macrobudget en van de bijstandsvraag in de gemeente bestaat een financieel risico.
Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen. Voor grote(re) tekorten op het budget is er een vangnetuitkering Pw die gemeenten (beperkte) financiële compensatie biedt, met een getrapte vergoeding.

Financieel risico deelbudget loonkostensubsidies (LKS)
Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022) toegekend op basis van de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidie in het voorgaande jaar. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget LKS vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd. Voorlopig zorgt het ministerie ervoor dat het macrobudget LKS voldoende is om de uitgaven aan LKS te dekken.
Financiële risico’s voor de gemeente zijn er bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies (bijvoorbeeld bij sterke toename van de inzet in een kalenderjaar) en bij lagere inzet van LKS dan gemiddeld in de andere gemeenten.

Werk en inkomen

70%

€ 3.000

Borg- en garantstellingen

Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank, dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Het risicoprofiel van de borgstellingen van de Schouwburgcomplex en de Cheese Experience is lager dan in voorgaande jaren.

Treasury

10%

€ 6.000

Inflatie

Door inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, mogelijk meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loon-prijsindexatie.

Financiën

50%

€ 2.500

Fiscaliteit

Het onderdeel fiscaliteit binnen gemeenten wordt steeds complexer en het is een uitdaging om de bewustwording en de kennis breed in de organisatie te brengen en te houden. We zetten hier op in.

Financiën

30%

€ 3.000

Aansprakelijkheid en nadeelcompensatie

Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en toezeggingen, onzorgvuldig handelen of onjuiste toepassing van regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen, etc.). Meestal door handelen of nalaten van de gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan.

De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en/of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit.

Juridisch

30%

€ 1.500

Stijgende materiaalkosten en krapte op de markt

Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of op basis van Uniforme Administratieve Voorwaarden §47 (UAV) afspraken na aanbesteding. Veel materialen worden schaarser (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Dit zorgt voor druk op de dienstverlening. Hier speelt ook de onzekerheid van de oorlog in Oekraïne en in het Midden Oosten.

Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheer- en projectaanbestedingen. Het beheerplan Groot Onderhoud en Vervangingsonderhoud (GOVO) is aangenomen met daarin een inflatiecorrectie. Dit zorgt ervoor dat een eventuele prijsstijging geheel of gedeeltelijk regulier kan worden opgevangen.

Beheer Openbare Ruimte

50%

€ 5.000

Verbonden partijen en samenwerking

Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. Per 1 januari 2025 is daar de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland bijgekomen.
De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de publiekrechtelijke verbonden partijen (Gemeenschappelijke regelingen) bedraagt in 2025 op begrotingsbasis € 31 miljoen.

Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: uittredingen van deelnemers, een niet-sluitende begroting, het verminderen van bijdragen aan regelingen door het Rijk of daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Maar ook verminderde afname van ondersteunende diensten die we als gemeente leveren, of andere markteisen. Verder kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO-ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen.

Verbonden partijen / subsidie

50%

€ 1.000

Ontsluiting Westkant Gouda

Zuidplas en Gouda ontvangen in 2026 subsidie van het rijk voor infrastructurele maatregelen ter ontsluiting van Westergouwe en Cortelande.
Rijk, Zuidplas, provincie en Gouda hebben een bestuursovereenkomst gesloten waarin onder andere afspraken zijn vastgelegd over de risicoverdeling. Hierbij is vastgelegd dat partijen direct met elkaar in overleg treden wanneer zich onvoorziene financiële omstandigheden voordoen, zodat eventueel afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt. In de kostenraming van de maatregelen (schetsontwerp) is zo realistisch mogelijk rekening gehouden met tegenvallers.
Het risico is dat de toegekende middelen inclusief cofinanciering uiteindelijk niet kostendekkend zijn als gevolg van prijsstijging en/of aanbestedingsrisico.

Gebiedsontwikkeling

50%

€ 6.500

Rampen en crises

Natuur & Milieu:
- Overstromingen (Gouda is een laaggelegen gebied is en ligt aan een grote rivier)
- Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag of windhozen)

Voorzieningen:
- Verstoring gasvoorziening
- Verstoring elektriciteitsvoorziening
- Verstoring drinkwatervoorziening
- Grootschalige verstoring internet

Gebouwde omgeving/openbare ruimte:
- Grote branden
- Instorting

Vervoer:
- Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen)
- Wegvervoerincidenten

Gezondheid:
- Pandemie

Publieke veiligheid:
- Extreem geweld
- Verstoring openbare orde

Openbare Orde en Veiligheid

15%

€ 3.000

De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 11.217.521.

Voor de going concern risico's wordt een Monte Carlo simulatie uitgevoerd.

De simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 14.049.843. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.

Het benodigd weerstandsvermogen voor 2025 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze jaarrekening € 25.267.364.

Beoordeling weerstandsvermogen

Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de weerstandsratio van de gemeente berekend. Deze weerstandsratio fungeert als indicator voor de weerstandscapaciteit. De weerstandsratio ziet er voor Gouda ultimo 2025 als volgt uit: 48.501 / 25.267 = 1,9 en kwalificeert als ruim voldoende.

De weerstandsratio kan als volgt van een kwalificatie worden voorzien:

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2025

2024

Beschikbaar weerstandsvermogen

48.501

40.080

Benodigd weerstandsvermogen

25.267

20.179

Weerstandsratio

1,9

2,0

Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2,0

Uitstekend

B

1,4-2,0

Ruim voldoende

C

1,0-1,4

Voldoende

D

0,8-1,0

Matig

E

0,6-0,8

Onvoldoende

F

<0,6

Ruim onvoldoende

Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen.